Torenvalken
De vogel die langs de kant van de weg herkenbaar klapwiekend (“biddend”) stil in de lucht hangt op zoek naar voedsel is de Torenvalk.
De Torenvalk is een roofvogel uit de familie van de valk-achtigen (Falconidae). Zijn wetenschappelijke naam is Falco tinnunculus. Het is een voedselspecialist wiens leven en lot in Nederland wordt bepaald door het in de omgeving aanwezige aantal veldmuizen (een soort in de familie van woelmuizen).
Een halve eeuw geleden was de Torenvalk veruit de meest algemeen voorkomende roofvogel. Sindsdien is het aantal met minstens 75% (en nog méér op de zandgronden) afgenomen. Een van de oorzaken is de industrialisering van de landbouw: hierdoor is het aantal veldmuizen geen schim meer van de aantallen die ze waren. Inmiddels is de Torenvalk opgenomen op de RODE LIJST van de Vogelbescherming en staat als kwetsbaar genoteerd.
De Torenvalk broed in het gehele land met, voorkeur voor open landschappen. Vele nestelen in speciaal voor de soort gemaakte nestkasten. De broedpopulatie wordt geschat op 3300-7700 paren. Eieren worden gelegd van begin april tot half mei en er is maar één legsel per jaar (4-6 eieren per legsel). De broedduur is 27-32 dagen, nestjongen periode 27-32 dagen. De jongen worden na het uitvliegen nog minstens 2-4 weken gevoerd.
In de winter waargenomen Torenvalken zijn Nederlandse broedvogels, soms komen vogels uit de omringende landen en Noord-Europa.
De Vogelbescherming heeft het jaar 2025 uitgeroepen tot het “Jaar van de Torenvalk”. Vele activiteiten zijn georganiseerd, zoals het uitgeven van Torenvalk nestkasten, aanleggen van takkenrillen en muizenruiters om de populatie in Nederland te doen toenemen. Resultaten zullen de komende jaren duidelijk worden.
Tekst Ad van Gastel
