De Moeren
WAT DEED HET TURFSCHIP VAN BREDA OP DE MOEREN
Eigenaar: Familie Ter Kuile
Bron: Vrienden Nederlandse Landgoederen
Geschreven door H.C. ter Kuile-van der Hoeven in 1995
Ingebracht door Geert Konings
Ligging
Het grootste deel van het landgoed vormt een aaneengesloten gebied ter weerszijden van de provinciale weg Zundert – Rucphen, ongeveer 4 km buiten het dorp Zundert. De ongunstige hoogteligging van het gebied, de slechte bodemgesteldheid en gebrekkige afwatering maakten het weinig geschikt voor bewoning en het boerenbedrijf totdat daarin verbetering optrad na de ontsluiting als gevolg van de turfwinning en de aanleg van de turfvaart, die het landgoed doorsnijdt.
De geschiedenis
In 1543 heeft prins René van Chalon, heer van Breda,”52 Bunderen overdolve Moeren uitgegeven” voor het turfsteken en de verdere ontginning in de zuidwestelijke uithoek van Zundert. De uitgifte geschiedde in percelen aan Jan Snellen en nog enige andere notabelen uit Breda. Snellen heeft gaandeweg de percelen van de anderen verworven. Deze gronden, hoewel door hun aparte ligging geen wezenlijk deel van het landgoed, beschouwen wij als de oorsprong ervan. Nieuwe uitgiften waarbij opvolgende generaties Snellen betrokken waren volgden na 1618, het jaar waarin werd besloten tot de aanleg van de turfvaart die in 1645 tot Breda zou worden doorgetrokken en waarin het uit de vaderlandse geschiedenis vermaarde turfschip van Breda voer.
In die periode was jarenlang het geslacht Snellen verbonden met het ambt van buiten-burgemeester van Breda, belast met de zorg voor de brandstofvoorziening van deze stad. De grondaankopen onder Zundert door deze voorvaderen Snellen en de turfwinning en -verkoop daaruit (‘moerneringhe’) staan stellig hiermee in verband.
Na de turfwinning zijn deze ontginners overgegaan tot gedeeltelijke bebossing; ook werden geleidelijk percelen in cultuur gebracht met behulp van mest die als retourvracht met turfschepen werd aangevoerd. Daarnaast bleven natuurterreinen bestaan of keerden cultuurgronden terug tot de oorspronkelijke staat van heidegrond, toen de afgravingen op hun eind liepen en de aanvoer van mest afnam. In de eerste decennia van deze eeuw zijn nog hectaren heide met de schop omgespit en tot weiden en akkers herschapen. Dit alles heeft het landgoed zijn huidig aanzien gegeven.
Het ontstaan
Van een permanente bewoning en dus van een landgoed was tot 1818 nog geen sprake. In dat jaar werd het huidige landhuis met tuin en park gesticht door het echtpaar Govert en Agatha van der Hoeven-Snellen. Agatha was sinds omstreeks 1790 door vererving eigenares van de gronden. Sindsdien is de familienaam Van der Hoeven aan dit land goed verbonden. De gevelsteen van het land huis draagt dan ook deze naam naast het jaartal 1818.
Het landhuis met omgeving
De overlevering wil, dat Agatha Snellen met een stokje in de grond de plattegrond van hun te bouwen huis heeft getekend. Maar er is niet uit de losse pols gebouwd: een klassicistisch landhuis, de voorgevel in vijf traveeën, een zadeldak tussen zij-topgevels, bekroond met een dakruiter met klokkestoel en luidklok. De asymmetrische achtergevel verraadt de invloed van de opkomende Engelse bouwstijl voor landhuizen; hierop wijst ook de Engelse vormgeving van de tuin, die voornamelijk aan de achterzijde gelegen is. De symmetrie van de voorgevel wordt geaccentueerd door het daarvoor gelegen croquet-veld en de achthonderd meter lange dubbel
rijïge beukendreef die loodrecht op het huis staat. Een parkje naar Engelse aanleg (het ‘Engelse bosje’) en een moestuin annex boomgaard completeren het geheel. De landelijke zandweg, die vroeger langs het huis leidde, werd later een verharde zandweg met hoofdzakelijk landbouwverkeer, weer later een steeds drukker wordende provinciale weg. De weg is nadien omgeleid waardoor het huis er nu op enige afstand van ligt. Het huis met de nabij gelegen boerderij uit 1670, het koetshuis/schuur en even verder de boerderij-herberg “In den Anker’ (een pleister plaats voor de turfschippers?) vormen een kleine kluster, waar het moderne verkeer omheen geleid moet worden. Daardoor kon het intieme karakter van deze kleine kern behouden blijven.
Afgezien van deze verkeerstechnische ingreep is het huis met zijn omgeving gaaf en in oorspronkelijke staat aan ons overgeleverd. Na enige onlangs uitgevoerde restauraties kan hetzelfde worden gezegd van de meeste boerderijen en bijgebouwen die tot het landgoed behoren en in de nabijheid van het landhuis liggen: de reeds vermelde boerderij uit 1670, de grote Vlaamse schuur uit de 17e eeuw met zijn witte pilasters en friezen, het koetshuis/schuur eveneens met witte pilasters en friezen en roodgeschilderde wandvlakken, het lang-gevel boerderijtje ‘Out Huijse’ uit 1821, een lage open wagen schuur, een lage ‘Engelse’ rode schuur die tot paardenstal heeft gediend. De architectonische kwaliteiten van de verschillende panden hebben geleid tot opname van verscheidene ervan in de nationale monumentenlijst. Het oudste onderdeel van het landhuis, de luidklok afkomstig van het voormalige reg thuijs van de Hoge Heerlijkheid Wernhout, draagt een randschrift met het jaartal 1663.
Het landgoed: grootte, samenstelling en exploitatie
De oppervlakte, in 1790 meer dan 700 ha, beslaat thans ruim 225 ha. Hiervan is circa 116 ha bos, 80 ha cultuurgrond en 25 ha natuurgebied, alsmede enige hectaren wegen en dreven.
De eigen exploitatie beperkt zich tot de bos bouw, alle cultuurgrond is aan boeren en boomkwekers verpacht. Tegen het einde van de tweede wereldoorlog heeft de bezetter grote delen van het bos gekapt. Met een
‘vooroorlogse’ sigaar kon het dreigende gevaar dat een van de weinige resterende beuken-dreven ook zou worden geveld, worden afgewend, Maar ook het oorlogsgeweld – De Moeren lag wekenlang in het schootsveld tussen de Duitse en de geallieerde troepen – heeft veel schade aan het bomenbestand toe gebracht. Er moest na de oorlog vrijwel opnieuw worden begonnen met bosaanleg. Mede door het overnemen van herplantings-verplichtingen van boeren uit de omgeving kon het bosbestand worden uitgebreid. Het merendeel van deze aanplant bestaat uit naaldhout: douglas, lariks, Corsicaanse en Oostenrijkse den, grove den, spar, waaraan later de tsuga is toegevoegd. De bodem is echter ook geschikt voor loofhoutsoorten als de eik, beuk, populier en Amerikaanse eik, waarmee kleinere percelen zijn beplant.
In het begin van de jaren’ 80 is in het kader van het werkgelegenheidsplan in de bosbouw na het opruimen van bepaalde stroken vliegdennen circa 10 ha beplant met naaldhout, omgeven door vier meter brede singels gemengd loofhout. Behalve in percelen produktiebos is veel houtopstand te vinden in de dreven (eik resp, beuk, linde), waarvan enkele de kwalificatie monumentaal verdienen, in de vele houtwallen met gemengd bos, en in spontaan bos, eveneens gemengd (allerlei leeftijden van berk, eik, krent, hulst, hazelaar, vliegden, acacia, vuilboom, vogelkers, tamme en wilde kastanje).
Personeel en bosbeheer
Wij hebben een vaste personeelsbezetting van twee man: een meewerkend opzichter, tevens jachtopziener en onbezoldigd ambtenaar Korps Rijkspolitie, en een hulpkracht. Tot 1994 was de exploitatie gericht op kaalkap; sinds dit jaar schakelden wij over op geïntegreerd bosbeheer, waarin toekomstbomen ruimte wordt geboden en in eenzelfde bos perceel een grotere variëteit in boomsoorten en leeftijden wordt nagestreefd, mede door natuurlijke verjonging.
Natuurgebieden, waterhuishouding en fauna
De natuurgebieden bestaan uit heide, waar van een gedeelte na afplaggen en verwijdering van vliegden in goede staat verkeert, verdroogde vennen en het reeds genoemde spontane bos, De wijze waarop in de laatste decennia in de regionale waterhuishouding is ingegrepen heeft een te laag grondwaterpeil veroorzaakt. Tezamen met de verschillende overheidsinstanties wordt getracht hierin plaatselijk verbetering aan te brengen door omlegging van waterlopen, bemaling e.d. Tot de fauna behoren ree, haas, fazant, wilde eend. De jacht is verpacht. Er zijn meer dan 70 verschillende vogelsoorten waar te nemen. Gedeelten van het landgoed zijn als rustgebieden voor het wild aangewezen.
H.C, ter Kuile-van der Hoeven, 1995
Aktiviteiten: Bosbouw, Veeteelt, Boomkwekerij en Jacht.
